Statusbepaling AVI's op basis van de Kaderrichtlijn

Kaderrichtlijn

In de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) is opgenomen dat afvalverbrandingsinstallaties die specifiek zijn bestemd voor het verwerken van stedelijk afval (AVI's) de status 'installatie voor nuttige toepassing' kunnen hebben. Dit wordt ook wel de R1-status genoemd.

Normaal gesproken heeft een AVI de status 'installatie voor verwijdering' ofwel de D10-status. Alleen AVI's die voldoende energie-efficiënt zijn kunnen in aanmerking komen voor de R1-status.

Berekening

De formule om dit te berekenen is opgenomen in bijlage II van de Kra, bij handeling R1.  Uit de berekening komt een waarde die de R1-waarde wordt genoemd en als dit voor een AVI gelijk of hoger is dan de drempelwaarde kan een AVI de R1-status hebben.

Eerste wijziging LAP2

Met de eerste wijziging van het LAP 2009-2021 (in maart 2010 in werking getreden) heeft een aantal AVI's de status 'installatie voor nuttige toepassing' gekregen. Dit is toen bepaald op basis van een Nederlandse interpretatie van de formule uit de Kaderrichtlijn.

De vaststelling van de status van de Nederlandse AVI's

Om meer duidelijkheid te krijgen hoe de formule van de Kra toegepast moet worden is door de Europese Commissie een handleiding opgesteld. Deze is in juni 2011 gepubliceerd: de Guidance Guidelines R1 Energy Efficiency Formula. Nederland conformeert zich aan de aanbevelingen van de Commissie. Na publicatie van de Guidance zijn de volgende stappen doorlopen:

  • Om de status van een installatie volgens de nieuwe berekeningswijze te kunnen bepalen, zijn door de exploitanten nieuwe aanvragen ingediend.
  • Afval en Materialen van Rijkswaterstaat (destijds ondergebracht bij Agentschap NL) heeft voor alle ingediende aanvragen een advies uitgebracht aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In dit advies staat of een installatie waarvoor een aanvraag is ingediend in aanmerking kan komen voor de R1-status. Geadviseerd is om alle installaties die een aanvraag hebben ingediend de R1-status te geven.
  • Mede op basis van dit advies heeft de staatssecretaris aangegeven dat alle AVI' s de R1-status kunnen hebben.

Een overzicht van de installaties met de daarbij horende R1-waarden op het moment van de aanvraag staat in de tabel onderaan deze pagina in de kolom 'Waarde aanvraag 2011'.

Jaarlijkse toetsing

In de handleiding van de van de Europese Commissie is opgenomen dat jaarlijks de status van een installatie met een aanvraag getoetst moet worden. Begin 2012 is de eerste jaarlijkse toets uitgevoerd.

Over de resultaten van deze toets over 2011 is in juni 2012 door de afdeling Afval en Materialen van Agentschap NL (nu afdeling Afval Circulair van Rijkswaterstaat) advies gestuurd naar (destijds) het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Per aanvraag van een operationele installatie is een advies gegeven. Bij alle adviezen is aangegeven dat de eerder voorgestelde status van de installatie gelijk kan blijven. Ook de bij deze toets in 2012 berekende R1-waarden staan in de tabel onderaan deze pagina in de kolom 'Waarde over 2011'. In 2013 en 2014 zijn de jaarlijkse toetsen ook uitgevoerd. De resultaten zijn in tabel opgenomen bij 'Waarde over 2012' en 'Waarde over 2013'.

Tweede wijziging LAP2

Met de tweede wijziging van het LAP 2009-2021 (in januari 2015 in werking getreden) is de wijze van vaststellen van de status van AVI's op basis van de handleiding van de Europese Commissie vastgelegd in het LAP. In het LAP staat beschreven hoe de status van een AVI beleidsmatig wordt bepaald. Ook is opgenomen dat de door de staatssecretaris vastgestelde status van een AVI gepubliceerd wordt op de website van het LAP.

Toetsing over 2014

Begin 2015 is weer een jaarlijkse toets uitgevoerd. Hierover is in juni 2015 het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geadviseerd. Voor alle AVI's is geadviseerd om de status gelijk te houden. Dit advies is overgenomen door de staatssecretaris. De bij deze toets over 2014 berekende R1-waarden staan in de tabel onderaan deze pagina in de kolommen 'Waarde over 2014'.

Richtlijn 2015/1127

Met de Richtlijn 2015/1127 is de wijze van berekening van de R1-waarde aangepast. De te berekenen R1-waarde wordt nog gecorrigeerd met een klimaatcorrectie-factor (Climate Correction Factor, CCF). Sinds de implementatiedatum van 31 juli 216 van deze Richtlijn wordt bij het berekenen van nieuwe R1-waarden de CCF meegenomen.

Met de CCF wordt er rekening mee gehouden dat de hoeveelheid energie die (in technische zin in de vorm van elektriciteit, verwarming, koeling of stoomproductie) kan worden geproduceerd in verbrandingsinstallaties, wordt beïnvloedt door plaatselijke klimaatomstandigheden. Bij een warmer klimaat kan er minder energie worden omgezet.

Voor Nederland is vastgesteld om voor de berekening van de CCF Nederland als een regio te beschouwen, omdat de klimaatverschillen tussen locaties van AVI's in Nederland zeer beperkt zijn.

Toetsing over 2015

Eind 2016 is de toets over 2015 uitgevoerd. Bij de berekening van de R1-waarden over 2015 wordt ook de CCF meegenomen, omdat de berekening van deze R1-waarden na de implementatiedatum van de Richtlijn is gedaan. De CCF voor 2015 is voor alle AVI's 1,128. De berekende R1-waarden inclusief CCF staan in de kolom 'Waarde over 2015' in de tabel onderaan de pagina.

Toetsing over 2016

Eind 2017 met afronding begin 2018 is de toets over 2016 uitgevoerd. Voor de toetsing is de CCF meegenomen met een waarde van 1,130. Alle AVI's voldoen aan de voorwaarden voor de R1-status. Ook is voor alle installaties gecontroleerd of berekening waarmee het rendement van de ketel wordt bepaald nog correct is. Deze controle die eens in de vijf jaar gedaan moet worden is opgenomen in de Guidance voor de R1-formule. Nederland houdt zich aan de Guidance en neemt dit punt dus ook mee bij de toetsing van de status van de AVI's.

Toetsing over 2017 en 2018

Over de jaren 2017 en 2018 heeft geen toetsing van de status plaatsgevonden. De R1-waarden zijn voor deze jaren ook niet definitief berekend en zijn daarom ook niet opgenomen in de tabel onderaan de pagina.

Toetsing over 2019

Eind 2020 met afronding in 2021 is de toets over 2019 uitgevoerd. Voor de toetsing is voor de installatie EEW Delfzijl een CCF berekend van 1,069. Voor alle andere installaties is een CCF berekend van 1,143. Dit verschil volgt uit Richtlijn 2015/1127 waarin is opgenomen dat de formule voor installaties die na 31 augustus 2015 een vergunning hebben gekregen verschillend is van installaties die eerder een vergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij om een vergunning waarbij een wezenlijke verandering van de installaties was. Voor EEW Delfzijl gaat het om uitbreiding van de installatie met een derde lijn.

Met uitzondering van AEB HRC Amsterdam voldoen alle AVI's direct aan de voorwaarden voor de R1-status en zijn hiervoor de status op R1 vastgesteld. AEB HRC Amsterdam heeft een R1-waarde die lager is dan de drempelwaarde van 0,60. Volgens het beleid hiervoor dat beschreven is in het LAP betekent het niet halen van de drempelwaarde niet dat een installatie direct de D10 status te krijgen. Omdat de exploitant aangeeft bezig te zijn met een verbeterprogramma en er eenmalig voor AEB HRC de drempelwaarde niet gehaald is, is er geen rechtvaardiging om direct over te gaan tot het aanpassen van de status van de installatie. Dit betekend dat voor AEB HRC op basis van de toetsing over 2019 de R1-status is vastgesteld.

Formele vaststelling R1-status

De formele vaststelling van deze R1-status is deze publicatie op de website van LAP3.

Toelichting op cijfers tussen haakjes:

Deze installaties hadden in het betreffende jaar een storing. De waarden tussen haakjes is de R1-waarde voor de periode dat er geen storing was.

Tabel waarden AVI's zoals gebruikt is voor vaststelling status

Installatie met drempel-grenswaarde
Waarde aanvraag 2011
Waarde over
2011
Waarde over
2012
Waarde
over
2013
Waarde
over
2014

AEB AEC,

Amsterdam

0,60

0,67
0,71
0,74
0,74
0,54
(0,75)
Zie toelichting boven tabel.

AEB HRC,

Amsterdam

0,60

0,91
0,92
0,94
0,95
0,97

ARN,

Nijmegen

0,60

0,86
0,82
0,85
0,86
0,85

Attero,

Moerdijk

0,60

1,01
1,05
1,00
1,03
0,99

Attero,

Wijster

0,60

0,62
0.66
0,70
0,74
0,72

AVR,

Duiven

0,60

0,61
0,62
0,60
0,62
0,60

AVR,

Rozenburg

0,60

0,62
0,61
0,63
0,62
0,69

EEW,

Delfzijl

0,60

0,75
0,83
1,04
1,09
1,01

HVC,

Alkmaar

0,60

0,69
0,70
0,71
0,72
0,72

HVC,

Dordrecht

0,60

0,71
0,65
0,64
0,51
(0,65)
Zie toelichting boven tabel.
0,49
(0,70)
Zie toelichting boven tabel.

REC,

Harlingen

0,65

1,00
0,76
0,76
0,78
1,03

SUEZ,

Roosendaal

0,60

0,75
0,70
0,76
0,76
0,76

Twence,

lijnen 1 en 2,

Hengelo

0,60

0,79
0,76
0,74
0,68
(0,73)
Zie toelichting boven tabel.
0,83

Twence

lijn 3,

Hengelo

0,60

0,88
0,75
0,82
0,73
(0,86)
Zie toelichting boven tabel.
0,88

Voor de jaren vanaf 2015 is dit inclusief de CCF (zie voor een toelichting op de CCF en de waarde per AVI de informatie hierboven).

Installatie met drempel-grenswaarde
Waarde aanvraag 2015
Waarde over
2016
Waarde over
2019
Huidige status

AEB AEC,

Amsterdam

0,60

0,80
0,75
0,79
R1

AEB HRC,

Amsterdam

0,60

01,06
1,05
0,50
(0,94)
Zie toelichting boven tabel.
R1

ARN,

Nijmegen

0,60

1,00
0,98
0,98
R1

Attero,

Moerdijk

0,60

1,15
1,13
1,00
R1

Attero,

Wijster

0,60

0,82
0.82
0,78
R1

AVR,

Duiven

0,60

0,70
0,62
0,69
R1

AVR,

Rozenburg

0,60

0,85
0,89
0,86
R1

EEW,

Delfzijl

0,60

1,16
1,21
1,05
R1

HVC,

Alkmaar

0,60

0,82
0,73
(0,88)
Zie toelichting boven tabel.
0,84
R1

HVC,

Dordrecht

0,60

0,81
0,82
0,75
R1

REC,

Harlingen

0,65

1,19
1,15
1,25
R1

SUEZ,

Roosendaal

0,60

0,86
(0,87)
Zie toelichting boven tabel.
0,85
0,88
R1

Twence,

lijnen 1 en 2,

Hengelo

0,60

0,99
0,95
0,79
R1

Twence

lijn 3,

Hengelo

0,60

0,93
0,99
0,85 R1