Afval of product

Als een stof of voorwerp een afvalstof is, gelden er bepaalde administratieve en financiële verplichtingen. Als het geen afvalstof is, dan gelden andere verplichtingen. Voor het verwerken, toepassen en vervoeren van afvalstoffen zijn er specifieke regels en vergunningprocedures.

Circulaire economie

Het kabinet heeft in het Rijksbrede programma Circulaire Economie de ambitie geuit om in 2050 een volledig circulaire economie gerealiseerd te hebben. In een circulaire economie worden stoffen, materialen en voorwerpen zo lang en zo hoogwaardig mogelijk in het economisch verkeer gehouden op een wijze die verantwoord is vanuit het oogpunt van milieu en volksgezondheid.

Wel of geen afvalstof?

In een circulaire economie worden reststromen die voorheen als afval werden gezien steeds vaker als product of grondstof gebruikt. In de praktijk kan het voor bedrijven en overheden lastig zijn om te bepalen of een bepaald materiaal in een specifieke situatie wel of geen afvalstof is. Het onderscheid tussen materialen die wel en materialen die geen afvalstof zijn is van belang, omdat verschillende wettelijke regimes van toepassing zijn.

Niet onnodig

Om die reden wil het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met de verduidelijking van het begrip afvalstof in LAP3, hoofdstuk B.6 met name een betere benutting bevorderen binnen de ruimte die de huidige Europese wetgeving en de rechtspraak biedt om materialen niet onnodig als afvalstof te kwalificeren.

Kaderrichtlijn en Wet Milieubeheer

In de Wet milieubeheer, artikel 1.1 lid 1 de definitie van een afvalstof opgenomen. Dit is overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen, de definitie voor afvalstoffen is: “alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”. Een toelichting bij deze definitie is er niet. Naast de algemene definitie zijn er voor twee situaties die genoemd zijn in artikel 1.1 lid 6 van de Wm, bijproduct en einde-afval, Voor beide wordt in de Wm verwezen naar de Kra, respectievelijk artikelen 5 en 6.

Hulpmiddelen bij toetsing

In hoofdstuk B.6 van het LAP3 is de algemene beleidslijn beschreven die geldt bij de uitleg en toepassing van de definitie van het begrip afvalstof (‘zich ontdoen’), de voorwaarden en criteria voor de status van bijproduct en de voorwaarden en criteria voor het vervallen van de afvalstofstatus. Aanvullende zijn er de volgende hulpmiddelen:

  • De Leidraad afvalstof of product licht het begrippenkader van de Kaderrichtlijn afvalstoffen en de nieuwe beleidslijn uit LAP3 toe aan de hand van praktische voorbeelden uit de rechtspraak, rechtsoordelen en andere relevante documenten.
  • In het bijbehorende Toetsingskader afvalstof of product is de beoordeling van de status van afvalstof of product (niet-afvalstof) schematisch weergegeven.
  • De webtoets Afval of Grondstof is een online hulpmiddel waarmee ondernemers zelf kunnen beoordelen of sprake is van een afvalstof of niet.
  • Ondernemers kunnenook een rechtsoordeel vragen aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Meer achtergronden